De kracht van betekenis – Emily Esfahani Smith (deel 2)

Emily Esfahani Smith werd bij haar boek ‘De kracht van betekenis’ geïnspireerd door het boek ‘On the meaning of life van filosoof Will Durant (1885-1981). Deze startte door een ogenschijnlijk onbenullige gebeurtenis (lees hiervoor het eerste deel van het blog) een origineel en interessant project dat uitmondde in het boek ‘On the meaning of life’ uit 1932.

On the meaning of life

portretfoto oudere man met snor in pak
Will Durant, 1967

Durants project bestond hieruit dat hij een brief schreef aan bekende schrijvers, denkers en wetenschappers van zijn tijd, zoals Mahatma Gandhi, Mary Emma Woolley en Henry Louis Mencken. Hij vroeg hoe zij zin en betekenis gaven aan hun leven in die tumultueuze periode van de geschiedenis. Durant vroeg zich in de brief af waarom in zijn tijd zoveel mensen het gevoel hadden dat ze in een existentieel vacuüm leefde. Hij probeerde een antwoord te zoeken op het nihilisme van zijn tijd – in de hoop daarmee de vraag van de vreemdeling in zijn tuin te kunnen beantwoorden. Wat maakte de levens van deze bekende mensen zinvol, wat dreef hen en wat gaf hun inspiratie, energie, hoop en troost?

Durants vragen en de tijdsgeest van toen zijn opvallend vergelijkbaar met de vragen en omstandigheden van nu. Daarom ook vond Esfahani Smith zijn boek nog zo toepasbaar. Volgens Durant ontstaat zin uit het overstijgen van het zelf. De betekenis van het leven ligt in de relatie tot iets groters. Hoe meer je je met iets verbindt, zo geloofde Durant, des te zinvoller wordt het leven (p.46).

Vier pijlers

Er waren enkele thema’s die in de reacties op Durants brieven steeds terugkeerden. De respondenten wezen op het contact met andere mensen en ergens bij horen; ze vertelden over een motiverend doel waaraan ze hun tijd kunnen besteden. Daarnaast hadden ze het over het scheppen van een coherent verhaal van hun leven waardoor ze zichzelf en de wereld beter gingen begrijpen; en ze spreken over mystieke ervaringen waarin ze boven zichzelf uitstegen. Esfahani Smith zag deze elementen ook terugkeren in onderzoeken die ze las en gesprekken die ze voerde in voorbereiding op het boek ‘De kracht van betekenis’. De vier pijlers van een zinvol leven volgens haar zijn dus: ergens bij horen, een doel hebben, verhalen vertellen en transcendentie ervaren. Ze wijdt aan elke pijler een hoofdstuk. Hieronder een toelichting voor de eerste twee pijlers.

Edvard Munch, Par på landevei, ca. 1875 (CC BY-NC-SA 4.0 Munchmuseet)

Ergens bij horen

Esfahani Smith schrijft dat volgens psychologen mensen het gevoel hebben ergens bij te horen als er aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste hebben ze een relatie nodig die gebaseerd is op wederzijdse zorg. Als anderen zeggen dat je belangrijk voor hen bent en ook zo met je omgaan, heb je het gevoel dat je er toe doet. De tweede voorwaarde is dat je regelmatig aangename interacties moet hebben met een ander. Die momenten kunnen volgens de auteur plezierig of leuk zijn, maar ook neutraal, bijv samen televisie kijken. Maar wezenlijk is dat het op een regelmatige basis gebeurt en dat het geen negatieve ervaringen zijn (p.58).

Dat contact en interactie letterlijk van levensbelang zijn, kwam terug in een opmerkelijk onderzoek in de jaren 40 van de Oostenrijkse psycho-analyticus René Spitz. Hij vergeleek een groep achtergestelde kinderen: de ene groep zat vanuit hygiëne-aspecten in ‘solitaire opsluiting’ in een weeshuis, waarbij ze zelden aangeraakt werden. De andere groep zat weliswaar in een gevangenis bij hun gedetineerde moeder, maar wel bij een kinderopvang waar ze liefde en troost ontvingen. Na verloop van tijd was circa een kwart van de kinderen in het weeshuis overleden en in de gevangenis geen enkel kind (p.61).

vrouw met lang blond haar en bril
Jane Dutton (foto: rsm.nl)

Esfahani Smith strooit met andere interessante onderzoeken om haar verhaal te onderbouwen, maar put ook uit praktische verhalen en ervaringen. Een voor mij herkenbaar voorbeeld betrof een reeks interviews met schoonmakers in een ziekenhuis (onderzoek Jane Dutton en collega’s). Voor hen bleek het belang van het erbij horen op het werk om het als zinvol te ervaren. Ze gaven aan dat het kan zitten in kleine dingen, zoals begroet worden door een arts of verpleegkundige. Maar ook voelden ze waardering, als ze uitgenodigd werden voor een gezamenlijke lekkernij op de afdeling waar ze hun werkzaamheden verrichten. Uiteindelijk zorgden deze ‘kwaliteitsinteracties’ (p.77) zoals Esfahani Smith ze noemt, ervoor dat ze zichzelf als medewerkers zagen die zorg verleenden en niet meer als eenvoudige schoonmakers.

Een doel hebben

De tweede pijler betreft een doel hebben. Esfahani Smith haalt een ontwikkelingspsycholoog aan van Stanford University, William Damon, die aangeeft dat dat verbonden is aan twee dimensies (p.85). Allereerst gaat het om een hoger doel: een doelstelling waar we voortdurend aan werken. Het is een richtingwijzer die je motiveert en fungeert als het organiserende principe van je leven. In de tweede plaats gaat het hebben van een doel om een positieve bijdrage aan de wereld. Volgens Damon is het ‘een deel van iemands persoonlijke zoektocht naar zin, maar het heeft ook een externe component. Het gaat om een verlangen om verschil te maken in het leven, bij te dragen aan iets wat boven jezelf uitgaat’ (p.85).

De auteur legt een verband met het begrip identiteit. Leven met een hoger doel vereist zelfreflectie en zelfkennis. Daarom heeft iedereen een ander doel, dat bij onszelf moet passen: een doel dat aansluit op onze identiteit. Bij dit onderwerp kan natuurlijk de ‘goeroe’ op dit gebied Erik Erikson niet ontbreken. Volgens Erikson zal een mens die vanuit zijn waarden heeft geleefd en zijn levensdoelen heeft bereikt ‘ego-integriteit’ ervaren (p.92).

Veel grote denkers hebben, zo schrijft Esfahani Smith, beweerd dat mensen die een zinvol leven willen leiden hun sterke kanten, talenten en capaciteiten moeten ontwikkelen en gebruiken ten dienste van anderen. Kortom, er is geen sprake van vrijblijvendheid en niemand minder dan Immanuel Kant komt dan om de hoek kijken. Ieders talenten kunnen anderen en de samenleving helpen en daarom hebben we de morele plicht om ze te gebruiken (p.99). Voor Kant gaat het om de vraag hoe je je plicht kan doen, hoe je iets kan bijdragen. De redenaties van Kant worden afgesloten met een uitspraak van de vorig jaar overleden theoloog Frederick Buechner: “je roeping ligt daar waar je diepste vreugde en de behoeften van de wereld elkaar tegenkomen (p.100).”

Genoeg stof tot nadenken dus, maar de pijlers en achtergronden ervan weet Esfahani Smith op een duidelijke en enthousiaste wijze naar voren te brengen. Een volgende keer aandacht voor de laatste twee pijlers: verhalen vertellen en transcendentie.

Één reactie

  1. Buitengewoon interessant!!!

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.