Het is me dit jaar weer gelukt! Althans, met behulp van andere stemmers (het blijft mysterieus hoeveel) staat Duncan Browne weer in de Top 2000 met zijn prachtige ‘The Wild Places’ uit 1979. De laatste jaren hangt het erom of het een plekje bemachtigt in deze traditionele afsluiter van het jaar. In 2018 verdween ‘The Wild Places’ voor het eerst uit de lijst, na vanaf het begin er onafgebroken erin te hebben gestaan, met als hoogtepunt de 595ste plek in 2005.

In 2022 en 2023 stond het nummer er, net als in 2018, ook niet in. Meestal betekent twee jaar achtereen ontbreken een definitief einde, maar kennelijk zijn er nog genoeg trouwe liefhebbers zoals ik, die erin blijven geloven. Dit jaar stijgt het nummer zelfs bijna 100 plaatsen en is het te horen op 1e Kerstdag tussen 14 en 15 uur ’s middags. Zelf heb ik ‘The Wild Places’ ook leren kennen via de Top 2000; het zou zomaar een slordige tien jaar geleden kunnen zijn geweest dat het me raakte. Dat is ook het leuke van de Top 2000 (en muziek in het algemeen natuurlijk), dat er ook liedjes van langer geleden na al die jaren op een gegeven moment (alsnog) indruk kunnen maken.
Populariteit door Toppop
Ik ging me wat verder verdiepen in het nummer en las dat het optreden bij Toppop destijds enig stof deed opwaaien en daarmee bijdroeg aan de populariteit, in ieder geval in ons land. Daarin zien we een vrouw – het blijkt Brownes eigen vrouw Lin te zijn – om hen heen kronkelen, een beetje in de stijl van Penny de Jager zullen we maar zeggen. Eerlijk gezegd leidt het redelijk af: het nummer verdient een betere en serieuzere setting, want het is een prachtige compositie met een schitterend outtro!
Na een aantal jaren dook ik eens in het verdere oeuvre van Browne en ik genoot van zijn hele album ‘The Wild Places’. Op één nummer na (‘Samurai’) zijn het stuk voor stuk ook sterke composities, waarin Browne zeer muzikale, mysterische en bovenal prettig in het oor liggende sferen weet op te roepen. Er staan een aantal lange nummers op waar terecht de tijd voor wordt genomen, omdat het erg past bij de gebruikte thematiek. Goede voorbeelden hiervan zijn ‘Kisarazu’, over een onbereikbare Japanse schone en ‘Camino real’, met hoofdrollen voor de fretloze basgitaar en wervelende drumpartijen.
Browne is duidelijk geïnspireerd en beïnvloed door de symfonische rock van de jaren ’70, maar het klinkt allemaal iets lichter. Niet gek wellicht met het volgende decennium in aantocht, waarbij andere muziekstijlen aan de poorten stonden te rammelen. ‘Fauvette’ is daarvan een goed voorbeeld: een strak popnummer waarin de jaren ’70 en ’80 mooi samensmelten. Overigens las ik na het beluisteren van het album een recensie ervan op de website Progwereld en – ere wie ere toekomt – deze geeft een prima uitgebreidere beschrijving waar ik me volledig bij kan aansluiten!
Studio vol kwaliteit
Het wekt wellicht weinig verbazing dat ‘The Wild Places’ zo’n goed album is, als je kijkt met wie Browne de studio was ingedoken. Niemand minder dan de (sessie-)muzikanten Tony Hymas, Simon Phillips en John Giblin leverden hun muzikale bijdrage. Als je gaat opsommen met welke andere artiesten zij successen scoorden, dan wordt dit blog imposant lang. Een kleine greep dan maar: basgitarist Gilblin speelde een paar jaar mee met Simple Minds en werkte voor Phil Collins en (veel) voor Kate Bush. Toetsenist Hymas begeleidde in het begin van zijn loopbaan niemand minder dan Frank Sinatra en daarna toerde hij met o.a. Jack Bruce en Jeff Beck.
Van drummer Simon Phillips’ lijst word ik helemaal tureluurs. Hij verving de ogenschijnlijk onvervangbare Jeff Porcaro bij Toto en sprong na een zeer korte voorbereiding bij in hun ‘Kingdom of Desire’ World tour in 1992, maar ook daarna bleef hij lang bij de groep betrokken. Ook verleende hij zijn diensten aan 10CC, Roxy Music en Mick Jagger. Een leuk feitje van Hymas en Phillips is dat ze na het album voor Browne samen verder gingen en deelnamen aan Ph. D., het korte ‘project’ van de onderschatte Jim Diamond. Daaraan hebben we het onvergetelijke ‘I won’t let you down’ (1981) overgehouden.
Terug naar Duncan Browne. In de jaren ’80 kon hij het succes van ‘The Wild Places’ niet echt herhalen. Zijn kwaliteiten lagen meer bij het componeren, met name ook voor anderen en voor televisieseries. Daarmee kom je al gauw op de kwalificatie ‘ondergewaardeerd’: maar misschien vond hij een plaats in de luwte wel zo prettig. Helaas werd Browne eind jaren ’80 ziek en in 1993 al overleed hij – veel te jong – aan kanker op 46-jarige leeftijd. Hopelijk kan ‘The Wild Places’ nog een hele tijd, al is het dan misschien af en aan en in de onderste regionen, blijven bivakkeren in de Top 2000. Ditzelfde geldt trouwens ook voor ‘I won’t let you down’. Blijven stemmen dus!
Bronnen:
Progwereld
Wikipedia
(Uitgelichte afbeelding: Henri Rousseau – Surprised!, 1891)
Geef een reactie