‘De komst van Joachim Stiller’ opnieuw geduid

Een boek herlezen doe ik zelden: ik ben bang dat het de tweede keer tegenvalt of dat ik er helemaal niet eens doorheen kom en mijn jongere zelf niet meer snap. Bovendien wordt een leeservaring ook beïnvloed door de omstandigheden waaronder je het boek las, zowel meer in het algemeen door de levensfase waarin je verkeerde alsook door de specifieke omstandigheden (vakantie, ontspannen toestand, etc.).

boekomslag van The Coming of Joachim Stiller uit 1974
The Coming of Joachim Stiller. New York: Twayne Publishers, 1974.

Maar onlangs durfde ik het eens aan: ik las Hubert Lampo’s ‘De komst van Joachim Stiller’ uit 1960. Ik las het voor mijn (middelbare) schoollijst en het maakte destijds flinke indruk. Enerzijds kwam dat door de magisch-realistische elementen in het boek en anderzijds door de enorm lange zinnen met zeker ook archaïsch taalgebruik, waarvan ik goed kan begrijpen dat het velen zal hebben afgeschrokken. Maar als taalliefhebber kon ik dat wel waarderen, zeker omdat het me op de een of andere manier lukte om er redelijk soepel doorheen te komen. Deze ‘uitdagende’ zinnen komen in het boek overigens veel in dialogen voor, zodat ze iets beter te verhapstukken zijn.

Mijn tweede leeservaring viel gelukkig geenszins tegen. Ik was niet zo overrompeld als de eerste keer (mijn verwachtingen waren natuurlijk al beïnvloed), maar nog steeds maakt ‘De komst van Joachim Stiller’ me enthousiast en legde ik het met moeite weg. De combinatie van de onverklaarbare gebeurtenissen rondom de mysterieuze Stiller-figuur die af en toe via boodschappen opduikt en de verder alledaagse setting – waaraan concreet benoemde Antwerpse straten en gebouwen ook bijdragen – van de journalist Freek Groenevelt en zijn vriendin (in wording) Simone Marijnissen werkt uitstekend.

Bloemrijke en vriendelijke dialogen

Er kan echter wel wat aangemerkt worden op de wel erg ‘intellectuele’ gesprekken en beschrijvingen die in het boek plaatsvinden. De hoofdpersonen zijn weliswaar allemaal hoog opgeleide mensen, maar het komt minder realistisch over als vrij spontane en impulsievere reacties in bloemrijk proza worden opgetekend, zeker wanneer de emoties hoger oplopen. Toch kon ik nog steeds erg van het taalgebruik genieten en kwam ik verloren gegane woorden of voor mij nieuwe woorden tegen, zoals ‘prolurkendom’.

Wat me verder een aangenaam gevoel bezorgde was dat de personages onderling erg vriendelijk en constructief tegen elkaar zijn, Ik schuw zeker de rauwere omgangsvormen in een boek niet, maar ik vond het hier wel een pluspunt in de gezamenlijke zoektocht naar het mysterie. Daarbij viel het me op dat Simone Marijnissen als de meest stabiele en verstandige persoon naar voren komt, zowel door de positieve bewoordingen van de auteur als van haar vriend Freek Groenevelt die als eerste geconfronteerd wordt met een brief van Joachim Stiller. Misschien dat je in het begin nog de neiging hebt om te denken aan een soort Harrison Ford die op zijn zoektocht wordt meegesleurd door een femme fatale, maar daar is helemaal geen sprake van.

Vertaalster op bezoek bij de auteur

In het blad ‘Zuurvrij’ van het Letterenhuis Antwerpen stond deze zomer een artikel over Lampo en de vriendschappelijke omgang met de vertaalster Marga Emlyn-Jones. Zij was destijds muziekdocente en woonde in Lampeter (Wales) met haar man Chris, die klassieke talen doceerde aan het Welshe University College. Ze vertaalde ‘De komst van Joachim Stiller’ naar het Engels en als dank stuurde Lampo haar een aantal boeken. En passant ontstond een vriendelijke correspondentie en daarnaast hielp het echtpaar Emlyn-Jones Lampo bij zijn Madoc-onderzoek (een Welshe prins uit de 12e eeuw).

omslag tijdschrift Zuurvrij met op achtergrond ramen van een gebouw
‘Zuurvrij’ #48, juni 2025

In juni 1975 combineerden zij een bezoek aan familie in Mook met een ontmoeting aan Lucia en Hubert Lampo en we zien een ontspannen foto in de tuin van de schrijver in Grobbendonk (provincie Antwerpen). Alhoewel, Lampo kijkt met zijn pijp wat strakker in de camera dan zijn bezoekers. Chris Emlyn-Jones kan zich 50 jaar na dato er nog iets van herinneren en was zo vriendelijk mij via de mail te antwoorden: ‘Lampo was aardig, maar ook wat gereserveerd. Hij maakte zich wat zorgen dat zijn Engels niet toereikend was, totdat hij ontdekte dat ik ook wat Nederlands kon.’

In hun correspondentie, maar ook die van uitgever Joost Sontrop, destijds hoofdredacteur bij uitgeverij Meulenhoff én van Joost de Wit, directeur van de Stichting ter bevordering van de Vertaling van Nederlands letterkundig werk, met Hubert Lampo vallen de behoedzame formuleringen en hoffelijkheid op, die we ook terugzien in de dialogen in ‘De komst va Joachim Stiller’. Uiteraard zullen het tijdsbeeld en de zakelijke setting hier ook een rol in spelen.

Rondom dit boek van Lampo blijft altijd de vraag kleven wie Joachim Stiller nu precies is en welke betekenis hij heeft. In bovenstaand fragment wordt de auteur erover geïnterviewd, uiteraard in een café in Antwerpen. Hij geeft aan dat hij niet volgens een voorbedacht plan schreef, maar dat Stiller tijdens het schrijven evolueerde van een soort grappenmaker naar een Messias-figuur. Wel frappant hoe Lampo zichzelf als een soort lezer van zijn eigen verhaal opstelt, maar daarmee is het voor hem wellicht ook een interessante ontdekkingstocht geweest.

Bronnen:
‘Friends abroad’ in Zuurvrij, juni 2025, pp.63-73
Wikipedia

(Uitgelichte afbeelding: still uit de speelfilm ‘De komst van Joachim Stiller’, 1976)

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.


Abonneer je om onze nieuwste blogposts te ontvangen