Maria Barnas – Het schip werkelijkheid (Nachtboot)

In het voorjaar gaf ik me op voor ‘Dichter aan de lijn’. Dichter Jaap Robben zette vanwege de lockdown samen met VPRO’s Mondo en Poetry International een nieuw project op, waarin elke dag een groep dichters mensen opbelt om een mooi gedicht voor te dragen.

In eerste instantie schrok ik op een avond op van een onbekend nummer op mijn telefoon, zo ergens tussen 21.30 en 22 uur. Maar al gauw kwam ik tot rust door het prettig contact met Maria Barnas die mij ‘Het wit van Schoonhoven’ voordroeg; een gedicht dat een aantal jaren geleden gemaakt werd rondom een groot retrospectief op het werk van de Nederlandse kunstenaar Jan Schoonhoven. De Groene Amsterdammer wijdde er destijds een themanummer aan.

Het gedicht van Barnas komt uit de bundel ‘Nachtboot’ (2018), waarin het water, zwemmers en boten als dankbare metaforen een prominente (maar niet de enige) rol spelen. Mijn eigen recente vakantie-ervaring (een week slapen, varen, lezen én mijmeren op een boot) maakt dat deze gedichten voor mij meer tot de verbeelding zijn gaan spreken, ofschoon ik al langer gegrepen ben door de poëtische kracht van rivieren.

Zeilbootje op Bergumermeer (foto: W. Klijn-Drok)

Een pré aan de bundel is dat Barnas soms andere gedichten of songteksten noemt die haar inspireerden en/of tot een gedicht leidden: Van Marsman tot Morrissey. Dat mag wat mij betreft wel vaker zo expliciet gedaan worden.

Voor nu koos ik het gedicht ‘Het schip werkelijkheid’. Ik vroeg de maakster om een klein tipje van de sluier op te lichten. Het is volgens Barnas ontstaan vanuit de aanname dat we een bewustzijn hebben en de vraag of dat bewustzijn wel bestaat. Het bewustzijn is noodzakelijk om te kunnen zien, te begrijpen waar we naar kijken, maar kan zelf nooit gezien worden. Bestaat het wel? De dichteres geeft aan dat ze getracht heeft om met de de taal de draaiende monstermachine van gesystematiseerd denken tot stilstand te brengen, of in ieder geval te doen haperen.

Angst en twijfel, de mogelijkheden van een ander (maar welk?) bestaan; ze zijn bij Barnas nooit ver weg. De boot dobbert, net als onze gedachten. De boot is een veilige haven, maar wel één met een ongewisse bestemming en onzekere toekomst. Niettemin lijkt het voor de dichteres wel een plek te zijn waar volop ruimte is voor artistieke en existentiële vrijheid. Wat mij betreft mag Barnas gerust verder deinen, hikken en haperen!

Het schip werkelijkheid

Er is een rivier in mijn hoofd die onvermijdelijk
stroomt en ik weet noch het water noch mijzelf
te keren zolang ik als volgzaam boegbeeld

op een almaar voorwaarts stuwend schip sta
en uithaal. Er is wind door het bewegen
zo dat ik dein met het water zilver en koud

en er spettert soms iets van mijn zij. Omkijken
zou eerst mijn hoofd en dan mijn hele lichaam
doen schroeven en in een kolk kolken

van de rivier doen zinken. Soms haal ik een hoge
klank die nu herkenning voortbrengt
en dan een klacht en dat is hoe ik me in de schijn

van dit leven groot houd althans rechtop
om te blijven zinspelen op mogelijkheden
van een ander bestaan. Een dieprode massa

die in de palm van mijn hand past zo donker
dat het zwart kan zijn bolt soms op aan de rand
van mijn oog. Een klontering dier plant steen

een ander ader bloed. Elke gedachte die ik vorm
een klont die ik gooi naar de oever die opdoemt
langs de rivier. Ik blijf mikken.

Later zal ik met hanenpoten Werkelijkheid
kalken op de boeg van dit schip. Onverstoorbaar
kijken naar wie mij voorbij ziet hikken en knikken.


Uit de bundel ‘Nachtboot’ (2018), Van Oorschot.

Bronnen:
Dichter aan de lijn – VPRO Mondo
Nr. Schoonhoven – De Groene Amsterdammer

(Hoofdafbeelding: W. Klijn-Drok, zicht op de Alde Feanen)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.