Stefan Zweig en de zwaarte van de nuance

20170118-Boris-Brumnjak-Europa_kl

Onlangs was ik naar een lezing van filosofe Joke Hermsen, waarin zij een toelichting gaf op haar nieuwe essay ‘Het tij keren’ waarin de (politieke) denkers en filosofes Rosa Luxemburg en Hannah Arendt centraal staan. Hermsen pleitte daarin voor een meer menselijke en rechtvaardige samenleving, bijvoorbeeld door het invoeren van een volksraadpleging om zo het democratische gehalte te verhogen.

Tegen de onverschilligheid
Los van de precieze maatregelen die we als individu of groep kunnen nemen, hield Hermsen ook een vurig betoog tegen de onverschilligheid. Want een houding van desinteresse, van ‘het maakt toch allemaal niet uit’, maakt ons kwetsbaar voor tirannieke en charismatische leiders die bevolkingsgroepen buitensluiten, inspelen op angstgevoelens en daarmee de samenleving verdelen in ongewenste kampen. Een zeker niveau van welvaart en optimisme kan sneller kantelen dan we soms denken.

Het deed me (weer eens) denken aan één van mijn favoriete schrijvers, Stefan Zweig (1881-1942). En gelukkig zag ik hem de laatste tijd, rondom de Europese verkiezingen, vaker voorbij komen. Zo herlas filosoof en schrijver/ dichter Maarten Doorman ‘De wereld van gisteren’, het fenomenale boek van de Oostenrijkse schrijver over enkele decennia Europa vanaf het eind van de 19e eeuw.

Stefan_Zweig_(1881–1942)_1931_©_Trude_Fleischmann

Stefan Zweig in 1931 (foto: Trude Fleischmann / Wikimedia)

Doorman zegt daarover in een artikel in NRC: “Zweig schetst een prachtig beeld van het Wenen uit zijn jeugd, waar het onderwijs weliswaar geestdodend saai was en de burgerlijke moraal benepen en hypocriet, maar waar ook minderheden uit heel Europa vreedzaam samenleefden, met verschillende religies, talen en gebruiken en een bloeiende cultuur. Hij geloofde in de rijkdom van al die verschillen.”

Europa als orkest
Dirk Jansen van het Stefan Zweig Genootschap verwoordt deze visie van Zweig treffend: “Hij zag Europa als een groot orkest dat een prachtige, eigen klankkleur heeft. Het samenspel lukt niet altijd; soms speelt een instrument vals of raakt een instrumentengroep uit het ritme. Maar als het samenspelen slaagt is de klank onovertroffen. Het wordt een eenheid. Een culturele eenheid.”

Zweig laat met de ‘Wereld van gisteren’ zien dat we het verleden niet moeten negeren of alleen als nostalgisch gegeven moeten zien; het kan ook een richtsnoer zijn voor toekomstig handelen. Zowel voor de tijd waarin Zweig leefde als voor de onze geldt de waarschuwing die Doorman meegeeft – en waarin ook de boodschap van Hermsen terugkomt: “Onverschilligheid jegens een humaan en democratisch Europa kan onverwachts snel tot een onaangename toekomst kan leiden.”

Beschaafdheid en bescheidenheid
Ik waardeer zelf de genuanceerde mening en schrijfstijl van de Oostenrijker; de redelijkheid en beschaafdheid is volledig in zijn werk verweven. Je kunt dat natuurlijk ook negatiever uitleggen: in een lezing over de correspondentie van Zweig met de veel zwart-wittere Joseph Roth noemde Pieter Waterdrinker Zweig ‘geparfumeerd’. Ik vind dat eerlijk gezegd niet alleen weinig recht doen aan zijn zorgvuldigheid, maar ook aan het esthetische en narratieve niveau van Zweigs oeuvre.

Barcode-updated-with-croatia_2x3

EU Barcode and Brussels study, 2001 © OMA

Vertaler Martin de Haan is dezelfde mening toegedaan, zo blijkt uit zijn artikel in de Volkskrant bij het verschijnen van ‘De wereld van gisteren’ in 2014: “Belangrijk is ook dat Zweig in navolging van zijn grote voorbeeld Erasmus altijd de redelijke middenweg zocht, geweld (zelfs als tegenreactie) verfoeide en veel te bescheiden was om zoals Thomas Mann te verkondigen dat de Duitse cultuur overal was waar híj was en dus kon overleven, hoewel het Duits inmiddels de taal van de barbarie was geworden.”

Slappe houding
Zweigs (te grote) beschaafdheid en redelijkheid is hem ook op kritiek komen te staan. Daarnaast worden ook wel vragen gesteld bij zijn al te positieve beeld van zijn geliefde Wenen. De Haan refereert aan Hannah Arendt die in haar recensie vlak na de verschijning van ‘De wereld van gisteren’ in 1944 beweert dat de vooroorlogse harmonie die hij in het boek beschrijft, nooit heeft bestaan en dat hij als rijkeluiszoon blind was voor de grote armoede en de daarmee samenhangende spanningen tussen de klassen in Wenen.

De Haan verwijst ook naar Zweigs biograaf George Prochnik die aangeeft dat Zweig in zijn boek verzwijgt dat hij de opkomst van het nazisme aanvankelijk met bewondering begroette als een bewijs van jeugdige vitaliteit. Hannah Arendt laakt zijn gebrek aan politieke overtuiging en verwoordt het feller: “in plaats van te knokken, zweeg hij, blij dat zijn boeken niet ineens verboden werden.”

Zo zie je dat het streven naar hetzelfde doel, naar meer menselijkheid, door Zweig en Arendt op een heel andere manier werd ingevuld. Ook daar kun je dus genuanceerd naar kijken, geheel in de geest van Zweig.

Bronnen:
https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/17/europa-is-een-broze-beschaving-a3960677
http://stefanzweig.nl/stefan-zweig-vandaag/
http://stefanzweig.nl/projecten/commentaar-op-stefan-zweig-2/
https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/revival-stefan-zweig~be0d15f8/

(Uitgelichte foto: idee: Boris Brumnjak (1977–2017) / foto: Norman Posselt. EU Barcode: met dank aan OMA.)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.