Het verlangen naar de belle époque

Partie_ de_campagne_Criterion

De volgende gastbijdrage van Sara Hoogveld is een reactie op ons laatste artikel ‘Déjeuner sur l’herbe door de eeuwen heen’. Hierin komt Sara uiteindelijk terecht in, hoe kan het ook anders, de Franse cinema.

Het schilderij ‘Le déjeuner sur l’herbe’ waar Thomas eerder over schreef, roept tegenstrijdige gevoelens op. Het schilderij verbeeldt misschien de vrijheid van de bohemien. Maar gelijkheid is hier ver te zoeken en broederschap is alleen weggelegd voor de heren in driedelig pak. De zorgeloosheid en weelde van de belle époque representeren een hang naar nostalgie die eigenlijk een valse reconstructie is van een tijdperk. In elk geval waren de schilders in de periode 1870-1914 zich wel bewust van een stroomversnelling in het moderne leven maar gebruikten zij de uitdrukking belle époque zeker niet. Dat kwam pas achteraf, toen alles al voorbij en verloren was.

De ironie van George Seurat

George Seurat gaf met zijn zorgvuldig uitgewerkte compositie voor ‘Dimanche d’été à la Grande Jatte’ blijk van ironische distantie. Het is alsof de schilder iedere acteur in dit openluchttheater een vaste plek heeft toebedeeld. Geheel in de geest van Baudelaire die een dergelijke opdracht omschreef in zijn kunsthistorisch essay ‘Le Peintre de la vie moderne’. De moderne en jachtige stedeling wilde op zondag naar buiten en vermaakte zich in het park. Maar het park is geen wilde natuur en de demi-monde van George Seurat zat daar aan de waterkant gevangen in haar eigen conventies van zien en gezien worden.

‘The miracle of La Grande Jatte is its coincidence of critical distinction and popular celebration. High, low, mass, and popular cultures meet in mutual delight, continuing to revel in the mysteries of that Parisian Sunday’, schrijft Neil Harris in ‘Seurat and the Making of La Grande Jatte’. Met dit citaat verkoopt de kunstcriticus zijn boek maar het schetst ook de idylle van een stadslandschap waarin alle Parijzenaars dezelfde genoegens deelden.

La guinguette

Wie naar natuur verlangde moest verder de stad uit. Daar waar de wijn goedkoper was en het gras groener, streken de Fransen neer op het terras van la guinguette, een uitspanning aan de rivier waar je kon dansen, roeien en vissen. De vis werd gefrituurd en de vrouwen deden niet moeilijk. In toeristische teksten over de geschiedenis van de guinguette vind je ook hier de republikeinse illusie van een divers publiek uit alle sociale klassen van de Franse samenleving. Toen de arbeiders in 1906 recht kregen op een vrije zondag, vonden ook zij de weg naar een beter leven, al was het maar voor een dag.


Pierre-Auguste Renoir – La Seine à Champrosay, 1876 (Musée d’Orsay)

Het impressionisme van Renoir

Met hun verftubes trokken de impressionisten zelf ook naar buiten. De ogenschijnlijk spontane weergave was natuurlijk iets heel anders dan de doordachte compositie en vele voorstudies van George Seurat. Pierre-Auguste Renoir koos wel dezelfde onderwerpen maar met minder ironie en meer levensvreugde. Ook hij schilderde met verve het vertier, de parken en de terrassen maar de mensen in beeld lijken gelukkig te zijn. Renoir zag vooral de schoonheid van het buitenleven. We zijn geen zwartkijkers, zei hij tegen zijn zoon. Ik denk dat het juist Renoir’s onproblematische kijk op het leven is die de nostalgie voedt van de liefhebber. Je moet er wel van houden, van de suikerzoete, vredige taferelen in veel van zijn schilderijen.

Pierre Auguste Renoir – La Balançoire, 1876 (Musée d’Orsay)

Impressionisme in de cinema

Jean Renoir wist wel wat hij deed met de erfenis van zijn vader. Hij verkocht het ene na het andere schilderij om zijn eerste films te financieren. In zijn latere leven, toen hij ook in Hollywood succesvol was, kocht hij ze weer terug.

In 1936 draaide hij Partie de campagne, hoewel onvoltooid is dit voor mij de mooiste film uit de Franse cinema. Het is een sfeervolle hommage aan het impressionisme van zijn vader. Hij gebruikte een verhaal van Guy de Maupassant over de dochter van een ijzerhandelaar die verliefd wordt op een romantische zondag aan de rivier. Renoir bracht het stromende water in beeld zoals zijn vader schilderde. Voor het begin van de film ensceneerde hij het schilderij met de schommel. De camera zweeft en het meisje ook, de vrijheid tegemoet.

Voorbij komen Georges Bataille en Henri Cartier-Bresson als toeschouwers in priestergewaad. Sylvia Bataille speelde haar hoofdrol als een mooie belofte voor de toekomst. Maar dat werd het niet. Guy de Maupassant miste het zonovergoten optimisme van de impressionisten. In zijn verhaal trouwt de dochter niet met haar eerste liefde maar met een houten klaas, de assistent van de ijzerhandelaar. Zo ver is Jean Renoir niet gekomen met deze film. Je ziet nog net de donkere wolken boven de rivier… Het avontuur van de impressionistische cinema eindigde in de stromende regen. Renoir pakte zijn spullen en begon de volgende dag aan een andere film.

Een paar jaar later brak er weer een oorlog uit. Het was in die eerste oorlogsjaren dat de Parijzenaars een eufemisme bedachten voor hun heimwee naar het verleden. La belle époque was een nostalgische impressie van plezier en joie de vivre.

Bronnen:
Meyer Schapiro, Impressionism: Reflections and Perceptions, George Braziller, 1997
Au temps des guinguettes (PDF)
Renoir Father and Son. Painting and Cinema. Musée d’Orsay, 2018 (PDF)
Jean Renoir, Partie de Campagne, 1936

(Uitgelichte afbeelding: The Criterion Collection)

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.