Armando – de onbevreesde

In oktober 2007 woedde er een grote brand in de Elleboogkerk in Amersfoort. De brand in het Armando Museum, wat gevestigd was in de kerk, bleek onbeheersbaar. De aanwezige tentoonstellingswerken zijn grotendeels verwoest. Op dat moment wist ik nauwelijks wie Armando (1929–2018) was. Na de brand kreeg de collectie van de erudiete schilder, beeldhouwer, dichter en violist Armando een nieuwe plek. Weliswaar niet in zijn geliefde Amersfoort maar in Bunnik, aan de Kromme Rijn.
Sinds de komst van Museum Oud Amelisweerd, op fietsafstand, heb ik mij verdiept in de man. In dit stukje probeer ik een persoonlijke ervaring met en beleving van zijn werk te delen met u als lezer.

‘Der Maler malt das Malen’

Armando groeide op in Amersfoort tijdens de Tweede Wereldoorlog. De taferelen die zich afspeelden in Kamp Amersfoort, vlakbij zijn speelplek, tekenden hem en zijn werk. Thema’s als schuld, melancholie, tijd en herinnering spelen een hoofdrol in zijn gehele oeuvre. Maar vooral zijn eigenzinnigheid, gedrevenheid en melancholie worden manifest in de enorme output die hij sinds 1950 produceerde. Zijn ‘peintures criminelles’ uit de begintijd brachten bijvoorbeeld qua thema en uitvoering een heftige discussie op gang. Hetzelfde gebeurde in de verschillende kunstenaarsgroepen waar hij lid van was.
De Informelen (later de Nul-beweging) verkondigden dat kunst de alledaagse werkelijkheid zo objectief mogelijk moest registeren. Niet ‘mooi en lelijk’ meer, niet ‘goed en kwaad’ meer … maar een kunst die geen kunst meer is, maar een gegeven feit (als onze schilderijen)1; ‘Der Maler malt das Malen’, volgens Armando.
De belangrijkste expositie van de groep was ‘Nul’ in 1962 in het Stedelijk. Een van de werken was een muur vol met autobanden, gemaakt door Armando en passend in de no-nonsense stijl van de Nul-beweging.

Schuldig landschap (drieluik), 1974 – collectie Kröller-Müller Museum

Isoleren en annexeren

Van 1965 tot 1972 schildert Armando niet, hij distantieert zich bovendien van Nul. Hij stort zich op het schrijven en publiceert dichtbundels. Zijn eerste bundel Verzamelde gedichten verschijnt in 1964.
Hij hanteert een stijl van ‘isoleren en annexeren’; gespreksflarden noteren en afdrukken zonder commentaar. Enkel beschrijven dus, zonder uitleg.
Dit trok hij door in de manier waarop hij bijvoorbeeld schreef als journalist bij de Haagse Post. Daarnaast publiceert hij in literaire tijdschriften als Gard Sivik en De nieuwe stijl waar hij ook in redactie zit.
In de tv- en theaterserie ‘Herenleed’ speelde hij samen met Cherry Duyns en Johnny van Doorn. Hierin leidden Armando’s teksten waarin hij zijn eigen, min of meer absurde, universum schetst.2
Armando’s eerste van vele overzichtstentoonstellingen in het Stedelijk Museum Amsterdam volgt, veel later, in 1974.

‘Het is elke keer spannend. Stel je voor dat het lukt.’
–Armando

De schilder, de romanticus en de melancholie

Uit de tragiek en melancholie in Armando’s landschappen en boomschilderijen spreekt zijn bewondering voor de Duitse romantiek, specifiek Caspar David Friedrich. Ook is hij hoe dan ook beïnvloed door andere grote oude meesters zoals Albrecht Dürer, Francisco Goya en het late werk van Edvard Munch. ‘In de zin van de romantiek is hij [Munch] ook een zoekende naar het bovenzinnelijke en onbewuste.’3
Waar hij tot in de jaren 90 veel in zwart en wit werkte, zit er in zijn latere werken meer kleur in het werk. Armando schilderde toen door de gevolgen van een embolie noodgedwongen met zijn hand. Zijn techniek kenmerkte zich door een grove toets. In het zwart verwerkte hij fijn zand om die grove toets te benadrukken.
Vanaf 2014 ontwikkelde de toen 85-jarige een nieuwe techniek, litho’s gemaakt met carborundum-korrels, die eenzelfde intensiteit heeft als
olie op doek.

Blau, 2010 – particuliere collectie

‘Wie heeft eigenlijk de leiding?’

Voor de autodidact (hij studeerde een paar jaar kunstgeschiedenis) werd zijn kunst gedreven door inspiratie. Armando’s schilderijen zijn krachtig, doordrenkt van rauwheid en melancholie. Pretentieloos, groots en, zo je wilt, meeslepend. Het werk roept vragen op waarop niemand de antwoorden heeft. De man zelf ook niet trouwens. En dat is maar goed ook. ‘Ik kan er ook niets aan doen,’ beweert hij over het waarom hij schildert. In een radio-interview vroeg hij: ‘Wie heeft eigenlijk de leiding?’ daarmee doelend op zijn opvatting dat hij gestuurd wordt en ingevingen krijgt.
Dat hij nauwelijks uitweidt over hoe zijn werk tot stand komt en de betekenis ervan, maakt het mijns inziens nog krachtiger. Er wringt iets.
Aan zelfvertrouwen heeft de geboren Amsterdammer overigens geen gebrek. Een interviewer4 informeerde naar een foto die zo’n indruk op hem had gemaakt. Hij wilde weten of hij daar, starend naar een leeg doek, bedacht wat hij zou gaan schilderen:
‘Ben je gek, dat weet ik al lang’.
‘Maar wat doet u dan?’
‘Moed vatten.’
‘Waar bent u bang voor?’
‘Ik ben nergens bang voor.’
‘Waarvoor vat u dan moed?
‘Het is elke keer spannend. Stel je voor dat het lukt.’

Exposities
Ik bel je wel als ik dood ben. Gesprekken met Armando.

Naar aanleiding van Cherry Duyns’ nieuwste boek Ik bel je wel als ik dood ben. Gesprekken met Armando. is in Museum van Bommel van Dam in Venlo de tentoonstelling ‘Armando: door de ogen van een vriend’ te zien. Een selectie van iconische Armando-doeken en nog niet eerder tentoongestelde werken. Te zien t/m 3 september 2023.
Daarnaast toont Rijksmuseum Twenthe in Enschede ‘Armando-Gestalten’. De eerste tentoonstelling die gewijd is aan zijn ‘levensgrote’ bronzen sculpturen. De beelden worden geflankeerd door schilderijen van gelijke thematiek. Te zien t/m 20 augustus 2023.

Bronnen: armando.nl, Museum Oud Amelisweerd, overoorlogenvrede.nl en stedelijk.nl
(Afbeeldingen: Victor Nieuwenhuijs – Armando aan het werk aan ‘Fahne’, 1989: uitgelicht. Atlas Contact: boekomslagen)

Dit artikel is een aangepaste versie van het artikel dat eerder verscheen op nutblog.nl

  1. Uit: Credo 1 (opgenomen in de catalogus Höllandische Informelle Gruppe, Galerie Gunar, Düsseldorf, 1959) ↩︎
  2. Biografie bij De Bezige Bij ↩︎
  3. Uit: Armando. Tussen het weten en begrijpen. Antoon Melissen (red.), Niels Cornelissen, Anke Hervol, Yvonne Ploum. nai010 (april 2015). ↩︎
  4. Uit een radio-interview met Nathan Vecht in NCRV’s Casa Luna (2012). ↩︎

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.