Ten prooi aan het uur van de wolf

De laatste jaren is mijn slaappatroon wat veranderd. Waardoor het precies komt, is lastig te zeggen. Waar voor mij inmiddels de mogelijkheid zou bestaan om in het weekend uit te slapen, lukt me dat juist niet meer, terwijl ik er ‘vroeger’ met kleine kinderen naar snakte. Anderzijds heb ik al een tijd meer zin om ’s avonds naar bed te gaan en slaap ik meestal redelijk goed in, waar ik voorheen daar ergerlijk lang over kon doen. De verandering van dit patroon zal mede te maken hebben met het verstrijken der jaren en het hebben van een zekere ‘middelbare’ leeftijd, wat afschuwelijker klinkt dan het is. Daarnaast is het mogelijk uitgelokt danwel versterkt door langdurige tegenslag met mijn gezondheid vorig jaar, waardoor ik een stuk eerder naar bed ging en sliep, maar ook onderbroken nachten had.

Op een gegeven moment kon ik bijna de klok erop gelijk zetten dat ik rond 3.30 uur wakker werd. Dat hoeft op zich niet erg te zijn, maar ik merkte dat ik dan al wat alerter was en ook vatbaar was voor de piekermodus: ik was ten prooi gevallen aan het ‘uur van de wolf’. Slaaponderzoekers omschrijven het ‘wolfsuur’ als het biologische dieptepunt van ons circadiane ritme. Het wordt gezien als de fase tussen diepe slaap en het begin van lichte slaap, waarin onze lichaamstemperatuur het laagst is en de hersenen zich in een soort ‘resetmodus’ bevinden. Tegelijkertijd zijn serotonine en cortisol op hun laagste niveau, waardoor hun stemmingsverbeterende en stressregulerende effecten afwezig zijn. Grotere kans dus op piekeren en onrust. De term ‘uur van de wolf’ komt overigens uit de Scandinavische folklore. Eeuwen geleden dacht men dat de wolven tussen 3 en 5 uur ’s nachts het meest actief waren en mensen het kwetsbaarst.

Andere blik op het ‘wolfsuur’
omslag boek met vrouw in oorlogspuin
Op oorlogspad (De Arbeiderspers)

Je kunt van deze nood ook een deugd maken, afhankelijk van hoeveel verplichtingen je de volgende dag hebt. Twee jaar geleden blogde ik over zangeres Martha Davis van de band The Motels, die hun hit Suddenly Last Summer juist om 3 uur ’s nachts schreef, in een tijd waarin ze haar moeder en vader had verloren. Zelf pakte ik vorig jaar regelmatig een boek erbij, omdat ik hoognodig afleiding nodig had. Ik was bezig in het fantastische en zeker niet slaapverwekkende Op oorlogspad van oorlogsverslaggeefster Virginia Cowles. Waarschijnlijk het boek dat ik het meest op een nachtelijk tijdstip heb gelezen. Zware kost zou je zeggen, zeker op zo’n tijdstip, maar misschien maakte het me ergens wel rustiger en relativeerde het mijn situatie.

Door mijn gezondheidsklachten merkte ik des te meer dat de westerse geneeskunde op niet alles een antwoord heeft en dat weinigen maar lijken te kijken naar de mens als geheel. Op slaap hebben we wellicht ook een beperkte blik. De traditionele Chinese geneeskunde bijvoorbeeld wijst elke nachtfase toe aan een orgaan. Dat orgaan is in die periode dan bijzonder actief – zowel fysiek als energetisch. De tijd tussen 3 en 5 uur staat in het teken van de longen – een orgaan dat wordt geassocieerd met loslaten, emotioneel evenwicht en innerlijke balans. Regelmatig wakker worden op dit tijdstip kan daarom wijzen op mentale of emotionele spanningen die ‘op de borst liggen’. Ik herkende dat zeker van een jaar daarvoor, toen ik een zwaar verlies moest verwerken. Maar ook nu was mijn zenuwstelsel uit balans, dus het zou zomaar eens kunnen.

wandelende wolf in het holst van de nacht
Foto: Alireza Afkar / Unsplash
Slaap in twee delen

Het is ook de vraag of onze verhouding met slaap nog wel klopt. Er verschijnen enorm veel artikelen over slaap, slapeloosheid en slaaptekorten. Het aantal tips, apps, boeken en experts over slaap is ook niet van de lucht, laat staan hoe veel mensen er slaapmedicatie nemen. Filosofe Marli Huijer stelt in haar boek Ritme (p. 123) dat we het zo ‘natuurlijk’ vinden dat een goede nachtrust uit een aaneengesloten periode bestaat van liefst zeven tot acht uur, terwijl dat in de tijd zonder kunstlicht heel anders was. In Nacht en ontij: Een geschiedenis van het duister schrijft de Amerikaanse historicus Roger Ekirch uitgebreider over dit verdwenen slaapritme. Terwijl een doorslaapstoornis nu wordt gezien als een symptoom van depressie, werd de nacht in de pre-industriële tijd verdeeld in een eerste en tweede slaap, waarin men een paar uur wakker was. Opmerkelijk genoeg toont modern onderzoek van de Amerikaanse psychiater en onderzoeker Thomas Wehr bij proefpersonen die zonder kunstlicht de avond en nacht doorbrachten aan dat ze drie tot vier uur ’s nachts wakker waren. De proefpersonen dachten in die wakkere uren diep over het leven na, wat Wehr vergelijkt met meditatie. Maar ook met seks en sociale interactie werd deze ‘tussentijd’ ingevuld.

Het klinkt ergens vrij logisch en aantrekkelijk, een paar uur vrije tijd in de nacht én een betere verdeling tussen activiteit en rust binnen een etmaal. Tegelijkertijd stuit je bij de gedachte eraan al meteen op een heleboel praktische bezwaren met partner, gezin, hobby’s en werk. En met wie zou je ’s nachts de interactie aangaan? Tja, online wellicht met een aantal slapelozen? Een nachtelijk ommetje dan? Het doet me denken aan de nachtwandelingen van schrijver en theatermaker Marjolijn van Heemstra, die deelnemers graag de mogelijkheid biedt om de wereld ’s nachts anders te ervaren, met uitzicht op de de sterrenhemel, een grote bron van oeroude kennis en verwondering. Het geeft een gevoel van nederigheid en relativering. Dit relativeren zou natuurlijk ook gewoon in bed kunnen, dat een uurtje wakker in de nacht niet meteen rampzalige gevolgen heeft. Maar goed, hiermee ben ik weer terug bij de misschien wel meest gegeven tip …

Bronnen:
Holistik
Marli Huijer. Ritme; op zoek naar een terugkerende tijd. Uitgeverij Klement (2011).
De Groene Amsterdammer
National Geographic

(Uitgelichte afbeelding: Donato Creti, ‘Le osservazioni astronomiche, il Sole’, 1711. Collectie Pinacoteca Vaticana.)

Reacties

Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste!

Laat een reactie achter