De invloed van de tijd op de psyche, nu en een eeuw geleden

Busy_Market_Street_of_the_City_of_the_Golden_Gate,_San_Francisco,_California,_from_Robert_N._Dennis_collection_of_stereoscopic_views_2

Elke periode in de geschiedenis heeft invloed op de gezondheid en welzijn van de mensen die op dat moment leven. Uiteraard zijn er nog tal van lichamelijke ziekten die ons bedreigen, maar het zal niemand verbazen als de laatste decennia er een steeds prominentere plaats is ingepikt door psychisch malheur. Ik zag laatst een TED-filmpje van Ernst-Jan Pfauth, mede-oprichter van De Correspondent, met de veelzeggende titel ‘How we can beat the burnout society’. Pfauth haalt een eenvoudig, maar daardoor des te triester voorbeeld aan: als we tegenwoordig aan elkaar vragen hoe het met de ander gaat, is het standaardantwoord “druk”, terwijl we jaren terug het meestal nog over “(redelijk) goed” hadden.

Pfauths praatje is broodnodig en het is goed dat iemand met zo’n statuur dat doet, maar het brengt ons natuurlijk weinig nieuws. De waarschuwingen tegen de prestatiemaatschappij, de voortrazende economie en de kwadratisch toenemende hoeveelheid informatie worden al veel langer afgegeven. Eén van de bekendste voorvechters voor een iets lager tempo, minder hebberigheid en het leren verdragen van ongeluk is de Belgische psychiater Dirk de Wachter. In zijn vorig jaar verschenen boek ‘De wereld van De Wachter’ schrijft hij: “Meer mensen zouden zichzelf nu en dan moeten terugtrekken uit de overprikkelde westerse samenleving. Om te denken, te voelen en contact te maken met anderen. We zijn bang voor verveling, maar vooral van de stilte die ze met zich meebrengt. Die confronteert ons met de tijd, op een andere manier dan de drukte doet. Waar de drukte ons de illusie oplevert dat we de tijd voorbij kunnen lopen, als we maar snel genoeg zijn, haakt de stilte ons vast aan het eindige moment.” Het mooie is dat De Wachter zich uitspreekt over de samenleving; meestal niet gebruikelijk voor psychiaters, van wie verwacht wordt dat ze hun klinische praatjes binnenskamers houden.

In de huidige tijdsbeleving van drukte, stress en angst valt een opvallende parallel te trekken met grofweg een eeuw geleden. In haar boek ‘De kamers van de melancholie’ schrijft de in 2016 overleden Zweedse historica Karin Johannisson over de overeenkomsten tussen de eeuwwisselingen van 1900 en 2000. Op beide tijdstippen wordt de samenleving gekenmerkt door snelle veranderingen. Veel mensen krijgen het gevoel dat ze het mentaal, psychisch en emotioneel niet kunnen bijbenen. Van het individu wordt verwacht dat het grenzeloos plastisch is en zich makkelijk aanpast. Rond beide tijdstippen worden ook nieuwe vermoeidheidstoestanden en nieuwe diagnosen geschapen die symptomen van stress en uitputting benoemen en legitimeren. Er wordt, zo stelt Johannisson, “een signaal afgegeven dat wij ons niet thuis voelen in de cultuur.”

De prikkels van zo’n 100 jaar geleden zijn natuurlijk wel iets andere dan die van nu. In ‘De kamers van de melancholie’ lees ik daarover: “Begin 20e eeuw krijgen mensen te maken met een hectische stedelijke ruimte waar de moderne tijd zich manifesteert in een alarmerend geluidsniveau en claustrofobisch gedrang en waar de mensen blootstaan aan het geduw en gestaar van onbekenden. Ook het nieuwe tijdritme speelt een belangrijke rol: haast. Foto’s en filmbeelden uit Parijs, Berlijn, Wenen of Stockholm laten een ongestructureerd gekrioel op straat zien met voetgangers en vervoermiddelen die niet duidelijk van elkaar zijn gescheiden en waar het oversteken van een straat levensgevaarlijk lijkt. Vooral de electrische tram (die in 1895 in Stockholm zijn intrede deed) incarneert de nieuwe tijd: luid piepend en rinkelend, met hortende voortgang en plotselinge stops.”

Om dit te illustreren kan ik teruggrijpen op de videoclip van -het overigens zeer rustgevende nummer- ‘La femme d’argent’ (1998) van de Franse band Air. Een commentator onder de clip vermeldt dat de video is opgenomen op de Market Street in San Fransisco in  april 1906, slechts vier dagen voor de grote aardbeving aldaar.

Susan Cain stelt in haar boek ‘Stil’ dat de verstedelijking in Amerika aan het begin van de 20e eeuw zorgde voor een overgang van een ‘karaktercultuur’ naar een ‘persoonlijkheidscultuur’: “Volgens de karaktercultuur was de ideale mens serieus, gedisciplineerd en eerbaar. Het belangrijkste was niet de indruk die je in het openbaar maakte, maar in de privésfeer.(…) In de persoonlijkheidscultuur begonnen de Amerikanen zich te richten op de manier waarop andere mensen naar hen keken. (…)’Burgers’ veranderden in ‘werknemers’ die zich afvroegen hoe ze een goede indruk konden maken op mensen met wie ze geen vriendschaps- of familieband hadden.”

Met deze duiding komen we nog even terug bij Johannisson. Zij voert de Duitse psycholoog en arts Willy Helpach (geboren in 1877, bekend om zijn boek ‘Nervosität und Kultur) op, die een pionier was op het gebied van cultuurpsychopathologie, het benoemen van sociale verschijnselen met behulp van psychopathologische begrippen. Hij was in het begin van de 20e eeuw van mening dat de moderne tijd het begrip nervositeit de diverse klassen in de maatschappij verdeelt. Volgens Hellpach laten de burgerlijke klassen zich prikkelen, in tegenstelling tot de arbeiders die zich laten leiden. De burgerklasse raakte verstrikt in alle aspecten van het moderne verkeer en de voortdurende gemoedsonrust die daarbij hoorde. Hellpach zag nervositeit als overprikkeling en beschrijft vijf prikkelingsvelden: overprikkeling van de zintuigen (bijv. op een drukke straat zoals hierboven), tempo (en haast), verwennerij (de opkomst van restaurants, cafés en warenhuizen), consumentisme en als laatste de eerzucht, “de drift om voortdurend gezien te worden, te praten en werkzaam te zijn.”

Deze vijf prikkelingsvelden passen met niet al te veel fantasie behoorlijk goed bij de het stresssyndroom van de 21e eeuw. In zekere zin zijn we een eeuw verder niet veel opgeschoten, of – zo u wilt- zijn we weer in dezelfde val getrapt.

Bronnen:
Karin Johannisson – De kamers van de melancholie (Ambo, Amsterdam)
Susan Cain- Stil (Arbeiderspers)
‘De westerse mens is overprikkeld, egocentrisch en hoogmoedig’.
Hysterische arbeiders en nerveuze burgers. Willy Hellpachs ‘Nervenleben und Weltanschauung’.

(Uitgelichte afbeelding: Stereofoto van Market Street, San Francisco, 1907 – Public domain / Wikimedia)

Comment (1)

  1. Trudy van den Broek-Bögels

    Prachtig gecomponeerd verhaal uit diverse bronnen, Thomas.

    Niet voor niets een tekort aan psychiaters op dit moment bij de GGD. Samen graven we onze nieuwe kuil, ben ik bang.

    Muziek is inderdaad een warme deken.

Geef een reactie