Baudelaire over reizen en de Tijd – reprise

DP815237

Reizen … ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Enerzijds is daar de dreiging van ongemak, heimwee en een verstoorde nachtrust op onwennige plekken; anderzijds gloren nieuwe inzichten, prachtige natuur & cultuur: kortom, een heerlijke uitlaatklep voor de nieuwsgierige mensch. Gelukkig sta ik hier lang niet alleen in. Sinds Goethe kennen we deze innerlijke strijd rondom reiservaringen eigenlijk al. Veel beroemdheden gingen ons voor en kenschetsten hun rijkelijk geschakeerd palet aan emoties gedurende hun tochten.

De loutering die reizen geeft, staat buiten kijf. Velen keren mentaal rijker terug, met een schat aan reisverhalen. En ook het verlangen op voorhand moet niet onderschat worden, zeker niet onbelangrijk voor de levenslust! Tegelijkertijd is reizen een vorm van escapisme. Weg van hier, weg uit de sleur. Er wordt een gevecht aangegaan tegen het voortschrijden van de tijd. Maar er is geen houden en ontsnappen aan. Bij thuiskomst -maar soms al ter plekke- verdwijnt de aanvankelijke hoop op een overwinning als sneeuw voor de zon.

Baudelaire, een meester in diverse vormen van escapisme, beschrijft deze strubbelingen in zijn gedicht ‘De reis’ (Le voyage, uit ‘De bloemen van het kwaad’, vertaling Petrus Hoosemans):

Wij zagen het verlokkends

van ster en stroom; wij zagen eveneens veel zand

en, ondanks onvoorziene ramp en verder schokkends

sloeg de Verveling toe, zo vaak als in dit land


en verderop:


Wrang is de lering die wij uit ons reizen trekken!

De wereld, gisteren, thans, morgen, saai en klein,

zal altijd weer in ons hetzelfde denkbeeld zijn:

een walgoase in een ergerniswoestijn.

Wat: gaan of blijven? Blijft, wanneer ge het kunt lijden.

Gaat, als gij moet. De een duikt weg, een ander rent

om de gescherpte, dodelijke vijand te misleiden:

de Tijd! De loper die helaas respijt niet kent.


Misschien zijn we hiermee aanbeland bij het eind van het prozagedicht ‘De plannen’ (Les projets, uit ‘De melancholie van Parijs’), waarin de Franse meester schrijft:
“Vandaag had ik in mijn dromen drie woonplaatsen die me alle evenveel genoegen bezorgden. Waarom zou ik dan mijn lichaam dwingen zich te verplaatsen, als mijn ziel met zoveel gemak reist? En waarom plannen uitvoeren, wanneer het plan zelf al voldoende vreugde in zich heeft?”

Bronnen:
Kleine Gedichten in Proza
Verlangen – VPRO Made in Europe

Afbeeldingen: The Met

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op nutblog.nl

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.