Afgelopen vakantie namen we tijdens onze dagtripjes de tijd om tussendoor te genieten van lekkere lokale Duitse taart of een smakelijke lunch, het liefst bij een echte Bäckerei natuurlijk. Deels ingegeven doordat ik vanwege mijn gezondheid iets meer moest pauzeren, maar ook omdat het heerlijk is om daar eens letterlijk en figuurlijk goed voor te gaan zitten. En ik mijn kinderen naast gezond eten ook wel graag zie smullen.
Bij thuiskomst probeer ik dit lunchgebruik vast te houden, maar helaas is de klad er al snel weer ingekomen, samen overigens met andere vakantiegewoontes, zoals de beheersing van de smartphone-tijd. Wat is dat toch met het ‘afraffelen’ van de lunch, en met mij vele landgenoten?
Povere lunchcultuur
Een schamele 21 minuten, dat is namelijk de gemiddelde tijd die de Nederlander besteedt aan het middageten. Nederland staat daarmee onderaan in Europa. Van een serieuze ‘lunchcultuur’ in Nederland is nauwelijks sprake; het middagmaal lijkt welhaast een hinderlijke onderbreking van een (werk)dag te zijn.

Heeft het te maken met de inhoud van de lunch? De grootste meerderheid gaat nog steeds prat op de (bruine) boterham, wel zo makkelijk mee te nemen. En kaas is daarbij de trouwe partner, al is het de vraag hoe lekker die nog is na een paar uurtjes in een benauwend doosje. Om nog maar te zwijgen van ander broodbeleg dat soms helemaal onherkenbaar is geworden rond het middaguur.
De werkomgeving werkt ook niet altijd mee. Op veel plekken zijn sfeerloze kantines of ruimtes ingericht waar je honger snel verdampt. Als je geluk hebt is er nog een magnetron of koelkast, zodat een (zelf meegebrachte) salade of pasta nog enige kans maakt. Gelukkig zien we wel dat de inhoud van de lunch iets gevarieerder aan het worden is: tijdefficiëntie (een boterham hapt nou eenmaal snel weg) staat niet altijd meer voorop en ook groentes kleuren steeds meer het lunchbeeld.
Weg van het bureau
Maar goed, je kunt nog zeggen dat op dergelijke plekken tenminste samen gegeten kan worden, als ook de akoestiek een beetje meewerkt. Kán, want uit onderzoek blijkt namelijk dat één op op de vijf Nederlandse werknemers achter hun bureau eet. Slechts iets meer dan de helft van de werknemers gaat van zijn werk weg om te pauzeren. En wie denkt dat werkgevers hiermee spekkoper zijn, heeft het mis. Een bureaulunch maakt werknemers minder productief: gevoeliger voor burn-out, individualistischer en eenzamer. Nog genoeg werk aan de winkel, of eigenlijk minder werk dus.

Hoe anders is dat in andere landen. Fransen nemen vaak zo’n twee uur de tijd om te lunchen, met meerdere gangen en soms een glas wijn. De pauze wordt in Frankrijk beschouwd als een moment om op te laden en daarna met hernieuwde energie aan het werk te kunnen. Ook in Spanje en Italië nemen ze uitgebreid de tijd, al dan niet met siësta en/of een stevige espresso als afsluiter. Maar ook wat meer noordelijk kunnen ze er wat van. In Duitsland stuitten we nog regelmatig op de Mittagsruhe en in Zweden heb je de fik, korte (koffie)pauzemomenten met een lekkernij, maar wel vaker op een dag.
Wat zou er gebeuren (met de arbeidsproductiviteit) als we zeven uur in plaats van acht uur per dag zouden werken, met een extra uurtje lunchpauze? Misschien daalt die wel nauwelijks of stijgt die zelfs! Het lijkt me in ieder geval een goed idee als de lunch meer tijd en aandacht krijgt. Gelukkig zijn er ook goede voorbeelden hoe het anders kan, maar daarnaast is wellicht de beste optie om zo vroeg mogelijk een andere lunch-associatie aan te leren. De kansen liggen onder meer op school, daarover volgende keer meer.
Bronnen:
Onderzoek Voedingscentrum: eten Nederlanders bewust?
Een op de vijf Nederlandse werknemers eet lunch achter bureau
The Case for Lunch
Brood achter je computer? In andere landen lunchen ze beter.
(Uitgelichte, bewerkte afbeelding: Nationaal Archief, CC0)
Geef een reactie