Polly Kunst is onze volgende gastauteur. Zij is beeldend kunstenaar en vers afgestudeerd aan de HKU. Voor De Bedachtzamen schreef ze een samenvatting van haar onderzoeksverslag Ruimte voor dwalen. Over het belang van mijmeren.
De wisselwerking tussen fysieke en mentale ruimtes vormt de kern van haar werk, waarbij vervormde architectonische vormen het gevoel van dagdromen oproepen. Voor Kunst is architectuur meer dan alleen een fysieke omgeving; het wordt een cocon die herinneringen en gedachten ordent. Verleden, heden en toekomst vermengen zich subtiel binnen deze vormen, waardoor de grenzen tussen werkelijkheid en verbeelding vervagen. Door deze transformatieve benadering krijgt statische architectuur een nieuw leven, alsof haar gebouwen kneedbaar zijn, net als onze gedachten …
❧
Om tot creatie te komen is inbreng nodig. Waar de Oude Grieken voor hun inspiratie nog een van de negen muzen aanriepen, bevinden wij ons tegenwoordig middenin een constante stroom van informatie, allemaal mogelijke input voor creativiteit. Deze constante stroom werpt zijn vruchten af; op sociale media is haast iedereen op kleinere of grotere schaal content creator en iedereen schrijft. Maar in hoeverre is het filmen van een kleine variatie op een trending Tiktok-filmpje of het typen van een snelle comment onder een NOS-post op Instagram nog creativiteit te noemen?
Voor een creatie is niet alleen de inbreng van buitenaf nodig, maar ook de tijd om die informatie in je hoofd op verschillende manieren aan elkaar te verbinden, net zolang tot er iets nieuws ontstaat. In feite kun je dit dagdromen noemen.
Het probleem met dagdromen is uiteraard het gebrek aan efficiëntie. Wie dagdroomt, zit schijnbaar te niksen, zonder garantie dat er voor het einde van de werkdag een creatief idee geproduceerd is.
In het bedrijfsleven en op scholen wordt dit probleem opgelost met een creativiteitsproces dat wel wat weg heeft van dagdromen: brainstormen.
Tijdens het brainstormen denk je net als tijdens dagdromen op een associatieve manier. Het verschil in efficiëntie is dat je tijdens het dagdromen niet met een doel bezig bent, terwijl er bij een brainstormsessie een duidelijke probleemstelling is, waar de groep een oplossing voor zoekt. De deelnemers delen direct de ideeën die in hen opkomen. Doordat brainstormen een extraverte vorm heeft, denkt iedereen actief mee. Dit verstoort echter het positieve effect van dagdromen.
Door de constante informatie die je van de andere deelnemers krijgt, heb je niet de tijd om je eigen ideeën op nieuwe manieren met elkaar te verbinden tot een echt nieuw, creatief, idee. Je hoofd blijft steeds hangen bij de inbreng van anderen. Brainstormen lijkt een efficiëntere variant op dagdromen, maar is dit niet per se.
Over de tekeningen
In mijn tekeningen vervult dagdromen twee rollen: het is zowel vorm als doel. Ik beeld architectuur af zoals ik herinneringen zie; vervormd, fragmentarisch en associatief. Tegelijkertijd wil ik de gelegenheid bieden om op een andere manier naar architectuur te kijken.
Mijn tekeningen gaan herkenbaar over architectuur, maar door de vervorming roept het beeld vragen op. Met de verwarring over het beeld – over wat het nu precies is, en hoe het nu echt in elkaar zit – spreek ik de verbeeldingskracht van de kijker aan. Als ik de kijker kan laten mijmeren over mijn tekening dan is mijn doel bereikt.
Het hier en nu
Kunstenaar Marina Abramović verzet zich tegen de vluchtige, naar buiten gerichte manier van creëren die dit internettijdperk kenmerkt, en verbindt zich tegelijkertijd aan een ander populair fenomeen. Op haar website Marina Abramović Longevity Method, waar ze huidverzorgingsproducten verkoopt, schrijft ze dat ‘By constantly chasing the next digital interaction, we risk losing sight of the present moment and our place within it.’1
Toen ik in 2022 haar performance-avond in Carré bezocht, No Intermission, begon ze de avond met een meditatie-oefening voor het hele publiek.
Abramović verbindt zichzelf en haar merk sterk met mindfulness, met ‘in het hier en nu leven’.
Ze presenteert mindfulness vooral ook als een voorwaarde om te kunnen creëren. Het Marina Abramović Institute biedt workshops aan die doen denken aan meditatieretraites, waarbij niet gegeten of gesproken wordt, met het idee dat er een interne reset plaatsvindt, die ons vermogen
om nieuwe ideeën te genereren bevordert.2
Abramović’ methode heeft overeenkomsten met het ‘dagdromen’, als manier om tot creëren te komen. Het zijn allebei meer introverte methodes waarbij je je onttrekt aan inbreng van buitenaf. Toch zijn mindfulness en dagdromen van tegenovergestelde aard. Bij mindfulness gaat het erom dat je je aandacht bewust op het hier en nu richt en vooral niet op de gedachten die je hebt, die moet je loslaten. Als je dagdroomt, laat je juist meevoeren door je gedachten, weg van het hier en nu.
Hoewel mindfulness vast van groot belang is om performances zoals die van Abramović uit te kunnen voeren, geloof ik toch dat mijmeren en dagdromen nauwer verbonden is met creëren.

Dagdromen volgens Freud
Dit idee vind ik terug in een tekst van Sigmund Freud. In zijn essay Der Dichter und das Phantasieren schrijft hij dat in wezen elke creatieve tekst zijn oorsprong vindt in een dagdroom. De schrijver dagdroomt, en maakt van die dagdroom een verhaal. De dagdroom en het creëren zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Volgens Freud begint dat dagdromen in de kindertijd als spelen. Als we volwassen worden stoppen we in feite niet met spelen, het neemt alleen een andere vorm aan. Van het openbare en aan tastbare spullen verbonden spelen, gaan we over op het dagdromen dat privé is en zich in ons eigen hoofd afspeelt.
Dagdromen is dus iets dat iedereen doet (volgens Freud alleen de ongelukkige mensen, maar dat hangt er maar net vanaf wat je eigen definitie van gelukkig is), maar wat onderscheidt creatieve schrijvers dan van de rest van de mensen? Het verschil begint ermee dat de gewone dagdroom privé is, en een verhaal niet. Als ik mijn dagdromen deel, maakt dat mij echter niet meteen een schrijver.
Freud schrijft daarover dat het ons koud laat of zelfs afstoot om over iemands dagdroom te horen, omdat ze ontspruiten aan onze meest egocentrische verlangens.
Een schrijver daarentegen, weet de lezer een groot plezier te brengen door zijn dagdromen op te schrijven, en doet dat op de volgende manier: ‘The writer softens the character of his egoistic day-dreams by altering and disguising it, and he bribes us by the purely formal – that is, aesthetic – yield of pleasure which he offers us in the presentation of his phantasies.’3
Binnenwaarts, buitenwaarts
Mijn interpretatie van dit essay is dat het enige verschil tussen een geschreven verhaal en een dagdroom is, dat een schrijver zijn dagdroom omgiet in een plot en taal die mooi genoeg zijn om de lezer voor zich te winnen en te laten genieten van de dagdroom.
Hoewel Freuds ideeën over de inhoud van de meeste dagdromen typisch Freud zijn, kan ik me wel vinden in deze relatie tussen dagdromen en creëren. Het zou betekenen dat een schrijver die minder vaardig met de taal om weet te gaan, niet alleen een slecht boek schrijft, maar eigenlijk helemaal geen boek schrijft. De slechte schrijver deelt alleen zijn dagdroom.
Ondanks dat de dagdroom essentieel is om kunst te kunnen maken, is de dagdroom zelf geen kunst. De vorm waarin de dagdroom met de wereld gedeeld wordt, dat is kunst. Om dan tot die vorm te komen lijkt het niet eens zo’n verkeerd idee om weer eens een van de negen muzen aan te roepen.
Dank Polly, voor je gastbijdrage!
Bronnen:
Abramović, M. (2024). Chapter 1: Marina Abramović Longevity Method. Marina Abramović Longevity Method. Geraadpleegd op 23 maart 2025.
Freud, S. (1908). Creative writers and day-dreaming. Geraadpleegd op 24 maart 2025.
Marina Abramović Institute. (2025). Cleaning The House Workshops 2025. Geraadpleegd op 23 maart 2025.
Geef een reactie