Het ‘negatieve vermogen’ van John Keats

NPG 1963 John-Keats

Enige jaren geleden was ik bij een workshop over hoogbegaafdheid van Lotte van Lith, een originele en snelle denker en ‘levenskunstenaar’. Van Lith is aanhangster van de (interessante) theorie over positieve desintegratie van Kazimierz Dabrowski, een Poolse psychoog en psychiater. Het heeft toch een bepaalde aantrekkingskracht, een (letterlijk) positieve en negatieve component ineen. Niet voor niets is dat de kern in ons manifest: we zien melancholie niet alleen als terugkijken, maar ook als een stuwende kracht voorwaarts.

Een andere opvallende term die tijdens deze studiedag naar voren kwam, was ‘negative capability’ en mijn hart begon al helemaal sneller te kloppen toen ik begreep dat die van John Keats afstamde, de beroemde Engelse dichter uit de Romantiek. Een tijd terug deed ik navraag bij Van Lith en volgens haar gebruikte ze de term destijds in de context van “onzekerheid kunnen verdragen, dragen”. Ze raadde me echter aan om ook andere bronnen te raadplegen om dit begrip nader te verkennen.

De digitale bibliotheek van de Nederlandse letteren geeft de volgende definitie: “Keats bedoelt er het vermogen mee (‘capability’) om niet steeds op zoek te willen gaan naar feitelijke en rationele zekerheden (‘negative’). Alleen wie deze negatieve capability bezit, kan ontvankelijk zijn voor de complexiteit, tegenstellingen, twijfels en mysteries van het bestaan. Shakespeare bezat dit vermogen ‘enormously’ volgens Keats. Door het concept gaf Keats zowel aan de wereld als aan het individu een diepte en complexiteit die niet in vaste, gesloten en rationele categorieën te bevatten is, wat ruimte creëerde voor de verbeelding en het esthetische. Het nam daardoor een bijzondere plaats in in het discours van de romantiek, vooral in Engeland.”

Ik raadpleegde ook Theo Bögels, deskundige Engelstalige literatuur, en die antwoordde: “Met ‘negative capability’ probeerde Keats uitdrukking te geven aan de essentie van zijn dichterschap. Volgens Keats is de persoon van de dichter totaal irrelevant, het enige wat telt is zijn Imagination, waarmee hij een werkelijkheid en een waarheid schept die in de tastbare realiteit niet bestaat.” Deze interpretatie sluit ook aan wat er op de Engelse wikipedia-pagina hierover gezegd wordt.

NPG 58 John-Keats

C BY-NC-ND 3.0 © National Portrait Gallery, London – John Keats door Joseph Severn, olieverf op doek, 1821-1823 (565 mm x 419 mm) Gift S. Smith Travers, 1859

In Eric Wilsons ‘Verslaafd aan geluk’ (een soms nogal overdreven en wisselvallig boek, maar met mooie voorbeelden) treffen we een nadere achtergrond aan waarbij Wilson de connectie van negatief vermogen met melancholie benadrukt. Wilson legt uit (p. 137): “Dit vermogen vereist dat je je niet hecht aan enig voldaan standpunt, maar dat je in een eindeloos, rijk niemandsland verblijft. Maar juist daar, altijd in het midden, leer je de grote energieën van de wereld kennen.”

Dat ‘midden’ is bij Wilson de polariteit van het leven: wie lijden ontkent, leidt slechts een half leven, dat verstoken is van creativiteit en schoonheid. Hij baseert zich daarbij op één van Keats brieven uit 1819 waarin Keats suggereert dat (p. 116) “een abstracte geest zich alleen tot een volwaardig mens kan ontwikkelen door lange periodes van verdriet en door pijn door te maken.” Keats is zich er sterk van bewust hoe moeilijk het is om in deze wereld een mens te worden, maar hij beseft ook, alsof hij de pijn voorbij is, dat het leed absoluut noodzakelijk is.

Niet verwonderlijk is het dan ook dat Keats in zijn gedicht ‘Ode on Melancholy’ oproept om vast te houden aan onze melancholieke buien. Zijn toelichting kan met weinig moeite als advies aan de huidige GGZ meegegeven worden (p. 117). Hij spoort ons aan om onze neerslachtigheid niet te verzachten met benevelende middelen, maar ook niet té zwaarmoedig te worden, want dan “verdrinken we de waakzame smart van de ziel.” Als we ons bewust blijven van onze duistere stemmingen, zouden we in een melancholieke bui kunnen geraken, een diepe ervaring van de vergankelijkheid maar tevens van de schoonheid van het leven.

Hoewel Wilson wat doordraaft in zijn bewondering voor Keats, is het aardig om te lezen dat Keats, in tegenstelling tot veel andere kunstenaars, ten overstaan van aanhoudende tegenspoed (hij verloor al op jonge leeftijd zijn ouders en broer) niet zijn toevlucht nam tot opium, drinken of andere vormen van escapisme. Hij maakte van zijn somberheid juist een vitale bron van schoonheid. Melancholie en schoonheid, een koppeling die doorgaans helaas te weinig wordt gelegd.

Bronnen:
Eric G. Wilson (2008). Verslaafd aan geluk. Uitgeverij Contact.
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Lotte van Lith
Wikipedia

(Hoofdafbeelding: CC BY-NC-ND 3.0 © National Portrait Gallery, London – John Keats door Charles Armitage Brown, potlood, 1819 (229 mm x 216 mm). Schenking van Keats’ kleindochter, Mona M. Brown, 1922. Hoofdcollectie, NPG 1963.)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.