Herman de Coninck – Toekomst

Weggaan. En terugkomen.
Dromen. En niet meer dromen.
En niet meer weggaan.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was
maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.
De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

Ik steek nog even een sigaar
niet op, drink nog even niet van een glas Marc,
wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

Want we hebben de tijd.
Je bent in mij als schemer in de kamer.
We hebben de verleden tijd.


Uit: Herman de Coninck, ‘De gedichten’ (– Met een klank van hobo). De Arbeiderspers, vierde druk, maart 2000.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.