Wisława Szymborska – Afscheid van het uitzicht

t5015-650p

Het Poetry International Festival Rotterdam, dat vandaag begint, wordt dit jaar 50. Volgens de website “brengen vernieuwende dichters veelvormige poëzie op de huid van de tijd.” Kijk, dat spreekt De Bedachtzamen natuurlijk aan. Op afstand doen we graag een klein beetje mee. We kozen voor de gelegenheid een gedicht van Wisława Szymborska (1923-2012), de Poolse dichteres die zeker niet in de vergetelheid lijkt te raken.

Haar bundel ‘Einde en begin’, vertaald door Gerard Rasch, bevat een mengeling van concrete, proza-achtige alledaagsheid en een aantal meer kosmische gedichten. Een belangrijk thema in haar werk is de dood. Voor het Poetry International Festival van 2010 maakte documentairemaker John Albert Jansen een filmportret van Szymborska. Vrij uniek, omdat ze liever buiten de schijnwerpers bleef. Net als Jansen werd ik ook geraakt door ‘Afscheid van het uitzicht’, waarmee ze juist de twee genoemde polen in ‘Einde en begin’ in één gedicht weet te vervatten.

Afscheid van het uitzicht

Ik neem het de lente niet kwalijk
dat ze weer is aangebroken.
Ik reken het haar niet aan
dat ze als elk jaar trouw
haar plichten vervult.

Ik begrijp dat mijn verdriet
het groen niet tegenhoudt.
Als een sprietje buigt,
dan alleen in de wind.

Het doet me geen pijn
dat de elzen aan het water
weer iets hebben om mee te ruisen.

Ik neem voor kennisgeving aan
dat het – alsof je nog leefde –
bij de oever van een zeker meer
nog even mooi is als het was.

Ik koester geen wrok
tegen het uitzicht om zijn uitzicht
op de inham die in de zonneschittering baadt.

Ik kan me zelfs voorstellen
dat op dit ogenblik
een ander stel dan wij
op de omgevallen berkenstam zit.

Ik respecteer hun recht
om te fluisteren, te lachen
en gelukkig te zwijgen

Ik ga er zelfs van uit
dat de liefde hen verbindt
en hij haar omhelst
met een levende arm.

Iets jong vogelachtigs
ritselt in het riet.
Ik wens hun oprecht toe
dat ze het horen.

Ik eis geen verandering
van de oevergolven,
die nu weer eens rap, dan weer lui
nooit mij gehoorzamen.

Ik verlang niets
van het diepe water bij het bos
dat nu eens smaragdgroen,
dan weer saffierblauw,
dan weer zwart is.

Met één ding ga ik niet akkoord
Met mijn terugkeer daar.
Van het voorrecht van de aanwezigheid
doe ik afstand.

Ik heb je net genoeg overleefd,
en niet meer,
om er van verre aan te denken.


Uit: ‘Einde en begin. Gedichten 1957-1997’ (Vertaling Gerard Rasch, uitgeverij Meulenhoff, 2e druk 1999)

(Afbeelding: Aimée Terburg, ‘Untitled’ (2015). Kleurpotlood / acrylverf / gomtape op papier, 28 x 23 cm.)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.