Een bescheiden lesje in nederigheid

AS08-14-2383_2

Een aantal jaar geleden was ik met een intensief project bezig bij mijn werk in het ziekenhuis, waarbij we zoveel mogelijk in de schoenen wilden staan van patiënten. We hielden onder meer interviews bij patiënten thuis om te praten over hun ervaringen met de zorg die zij van het ziekenhuis hadden gekregen. Onze groep interviewers probeerde zich zo goed mogelijk voor te bereiden met een semi-gestructureerde vragenlijst en het hanteren van zoveel mogelijk open vragen. Enkele ezelsbruggetjes hielpen ons verder op weg, zoals ‘laat OMA thuis’ (oordelen, meningen en adviezen) en ‘wees een OEN’ (open, eerlijk en nieuwsgierig).

Nederige oen
Na een aantal gesprekken kwam ik tot de conclusie dat de ‘OEN’ mijn favoriet was om in het achterhoofd te houden tijdens de gesprekken. Maar daarnaast hoorde ik soms zulke persoonlijke en aangrijpende verhalen dat ik een nieuw woord tot mijn metgezel maakte, namelijk nederig. Ik voelde me tijdens de interviews vaak nietiger worden. Ik doel daarmee niet op een onderworpenheid; het was alsof er een soort van bemoedigende kleinheid over me kwam.

Deze opgedane nederigheid probeerde ik om te zetten in een zo groot mogelijke ontvankelijkheid. Er bestaan weliswaar veel tips en adviezen over interviewen, maar ze kunnen ook leiden tot té hard werken, tot een té actieve gesprekshouding. Het is ook erg moeilijk om voor je gevoel ‘niets te doen’, af te wachten, af en toe een stilte te laten vallen. Functioneel gezien creeërt het ontbreken van stiltes een gejaagde sfeer. Door op het juiste moment te zwijgen kan de interviewer bovendien meer informatie te horen krijgen dan door er nog maar een vraag tegenaan te gooien.

Oubollig imago
Maar nederigheid is lastig over de bühne te brengen. Aan nederigheid kleeft – ik noemde het al – een betekenis van onderdanigheid. Het woord heeft ook een oubollig imago, het wordt vooral met niet al te spannende Bijbelverhalen geassocieerd. In de Bijbel vloeien de verschillende betekenissen juist heel mooi in elkaar over: van onderworpenheid naar ontzag en bescheidenheid. En wie nederig is, wordt (uiteindelijk) beloond. Zo staat in Matteüs 5 vers 3: “Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.” Hiertegenover staat de hebzucht, die ook bij een interview om de hoek kan komen kijken: wie teveel en te snel iets wilt weten, komt vaak bedrogen uit.

Kortom, het is niet alleen kommer en kwel met nederigheid. Voor Jezus was deze eigenschap juist één van de belangrijkste ingrediënten om de mensen te kunnen dienen. En in de afgelopen eeuw werden belangrijke leiders als Mahatma Gandhi, Kofi Annan en ook Barack Obama geroemd om hun bescheidenheid, want dat is wellicht wel de moderne variant of vertaling van nederigheid. Ze hebben de kwaliteit om hun ego opzij te zetten voor een hoger doel of een gemeenschappelijk belang.

Ego verdwijnt
Daarmee kom ik ook weer terug op het nietige gevoel dat ik eerder omschreef. De gedachte van ‘wie ben ik nu helemaal’, van het kennen van je plaats, maar dan niet op een vervelende manier. Situaties waarbij het soms gepaster is om slechts te reageren in plaats van te ageren. Waarbij je eigen ego ver naar de achtergrond is verdreven.

Op abstracter niveau gaat het dan om iets existentieels. Het idee dat je onderdeel bent van iets groters. Een lotsbestemming waar je niet tegen hoeft te vechten, maar waar je je zo goed mogelijk mee probeert te verhouden. Met hopelijk een gezonde scheut dankbaarheid en relativering. Of – om met Kansas te spreken – ‘All we are, is dust in the wind’.

Bronnen:
Marian Hulshof – Leren interviewen (1987, Wolters-Noordhoff)

Lerarenbijbel (Gebaseeerd op De Nieuwe Bijbelvertaling, 2005, NBG-Uitgeverij)
Anselm Grün – Over hebzucht en begeerte (2016, Ten Have)

(Foto’s: William Anders, aan boord van de Apollo 8 die in december 1968 een baan om de maan maakte – via NASA Earth Observatory)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.