Laat mij voor even verdwijnen

1802230090

Het aanbod van retraites, meerdaagse thema-workshops, bezinningsweekenden en andere tijdelijke terugtrekkingen is tegenwoordig ongekend. Kennelijk snakken we collectief naar momenten van rust, tijd voor onszelf en inspirerende plekken of bezigheden om te reflecteren. Op zichzelf is hier niets mis mee: het kan leiden tot nieuwe inzichten of -excuus voor het cliché- de batterijen weer (enigszins) opladen.

Escapisme in de 21e eeuw
Maar hebben we hier niet te maken met een moderne vorm van escapisme en doen we op bovenstaande manieren vooral niet aan symptoombestrijding? En waarom lijken we zo snel te grijpen naar een andere omgeving en waarom vaak ook naar een langere periode? We lopen daarmee het risico dat onze behoeftes alleen ‘extern’ bevredigd kunnen worden en niet ingebed worden in het leven van alledag. We hebben de neiging om onze toevlucht te nemen tot rigoureuzere maatregelen om onszelf te ‘beschermen’ tegen de overdaad aan informatie en prikkels. Fotografe Jacqueline Hassink liet dit begin 2018 treffend zien in het fotomuseum met de tentoonstelling Unwired, waarvoor ze de wereld over reisde naar zogenaamde ‘white spots’, plekken waar geen bereik is.

Begrijp me niet verkeerd: ook mij lijkt een weekendje in het klooster een aantrekkelijke optie om de verstilling op te zoeken. En wie weet voeg ik in het nieuwe jaar de daad bij het woord. Maar het liefste zou ik thuis of op mijn werk soms even willen ‘verdwijnen’. Het hoeft allemaal niet zo lang, bijzonder of expliciet: “gewoon” even niet beschikbaar en/ of bereikbaar zijn. Het kan verdwijnen zijn in de betekenis van ‘opgaan’, bijvoorbeeld in een boek of een schrijfsel, of verdwijnen in de zin van een toevlucht zoeken, door middel van een wandeling met onbekende bestemming en duur. Maar misschien ook wel in een soort overkoepelende strekking van verdwijnen in het luchtledige, in gelummel, in niets eigenlijk.

Vertrouwen en angst
Maar dan is er meer nodig dan alleen deze ideeën uit te voeren. Het is ook erop vertrouwen dat mijn beschikbaarheid en bereikbaarheid best een graadje minder kan zijn. Dat mijn kinderen me maar moeten bellen, als er echt iets is. Dat ik niets mis, als ik de groepsapps een aantal dagen negeer, want hoe vaak moet ik immers niet lachen om al die overtollige en irrelevante berichten? Maar ook dat ik thuis kan zijn zonder letterlijk beschikbaar te zijn, noodgevallen uitgezonderd natuurlijk. Moet ik een sticker op mijn voorhoofd plakken of me daadwerkelijk afzonderen? Moeten we het expliciet organiseren: dat mijn eega en ik per week allebei het recht krijgen op een halve dag waarop we er ‘geestelijk’ niet hoeven te zijn? En dat ik op mijn werk zeg 15% van mijn werktijd mag gebruiken om te ‘nietsen’ of in ieder geval, dat het onduidelijk is wat er dan in mijn agenda staat?

Wellicht heeft het ook te maken met het overwinnen van angsten omtrent mijn zelfbeeld en relaties met anderen. Hoe verhoudt zich zoiets met mijn opvattingen over het zijn van een toegankelijke en laagdrempelige vader of collega? Word ik straks als ‘minder aanwezig’ gezien? Laat ik zaken versloffen, gooi ik er met de pet naar? Ik heb een communicatie-achtergrond, die ga ik toch niet verloochenen door soms uit contact te treden? Ga ik nieuws en ontwikkelingen missen waardoor ik niet meer goed kan meepraten en er minder bijhoor?

Zich letterlijk schuil houden
Niettemin heb ik reeds enkele positieve ervaringen opgedaan. Zo schep ik er genoegen in om bij terugkomst van het kamperen in de zomer nog een paar dagen onzichtbaar te zijn. Ik houd me ergens schuil tussen de vakantiespullen die zoetjes aan opgeruimd en gewassen moeten worden. Een opmerking van de buren “ik wist niet dat jullie al thuis waren”, pareer ik met een minzaam lachje; de aanwezigheid van onze auto zou trouwens al genoeg verraden kunnen hebben. Hierop doordenkend: die vermaledijde afwezigheidsmelder op het werk kan de volgende keer ook best iets opgerekt worden.

Ja, laat me vaker voor even verdwijnen. Enerzijds door vertrouwen te hebben en angsten te reduceren, anderzijds door de feiten meer in het ongewis te laten. Zoals Lambik op het briefje schreef dat hij aan zijn voordeur hing voor Jerom: ‘Niet thuis uit reden van afwezigheid.’

Bronnen:
Nederlands Fotomuseum
Avondlog

(Foto’s: Bianca Dekkers)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.